klassiek conditioneren

Ivan Pavlov was een Russische fysioloog, in eind 19de eeuw deed hij een onderzoek naar de spijsvertering dat hem later de nobel prijs zou opleveren. Tijdens dit onderzoek kwam hij er achter dat de honden waar hij mee werkten al begonnen te kwijlen voor dat hij ze gevoerd had. Hij heeft dit verder onderzocht en kwam er achter dat hij er voor kon zorgen dat een hond al ging kwijlen bij het geluid van een bel. Dit is wat wij nu dan ook een Pavlov reactie noemen en is de grondlegging van het klassiek conditioneren.

Bij het klassiek conditioneren wordt er een associatie gemaakt tussen twee losstaande prikkels om zo bepaald gedrag aan of af te moedigen. Dit word dan gedaan door herhaaldelijk een neutrale stimulus vooraf te laten gaan aan een ongeconditioneerde stimulus zo dat er een associatie ontstaat tussen de twee stimuli. Wanneer deze associatie is gemaakt zal de neutrale stimulus de zelfde respons hebben als de respons van de ongeconditioneerde stimulus, nu hebben we dan dus een geconditioneerde respons.Dit werd later uitgebreid door Thorndike, die in plaats van stimuli taken gebruikten om een respons te conditioneren.

De wet van herhaling : hoe vaker de taak met succes wordt uitgevoerd, hoe sneller de taak met het resultaat word geassocieerd.

De wet van effect : hoe groter de beloning, hoe sterker de associatie tussen de handeling en het resultaat.

Uitsterving : het afsterven van de associatie tussen de stimulus en respons

Discriminatie : verschillende responses voor de zelfde stimulus

Generalisatie : zelfde respons bij  verschillende stimuli